Winkelmandje
0 product(en), € 0.00






Fietsen met kinderen

Mogelijkheden

Los zadeltje op het frame

Een kleuter kun je ook voorop meenemen op een klein zadeltje dat tussen zadel en stuur op het frame is geplaatst. Voor de voeten is een eenvoudig steuntje bevestigd aan de balhoofdbuis of de onderste framebuis. De zadeltjes zijn er met bevestiging voor herenframe en damesframe. Sparta verkoopt een vaderfiets waarbij het frame standaard bevestigingspunten heeft voor het zadeltje en de voetsteunen.

Voordeel van het zadeltje is dat je kindje lekker dicht bij je zit. Nadeel dat het kindje weinig steun heeft en dat er erg weinig beenruimte is tussen de fietser en het kind.

Baby mee

Een baby kan mee achterop de fiets met de Steco Baby-mee. Dit is een frame dat je bevestigd op de bagagedrager en waar vervolgens een baby autostoeltje ingezet kan worden.De meeste stoeltjes moeten hierin passen. Maar neem voor de zekerheid fiets en stoeltje mee naar de winkel. Zet de beugel altijd omhoog zodat die bij een val je baby beschermt.

In de kinderkar of bakfiets kan de baby in een baby-autostoeltje of als er niet genoeg ruimte is in een zogenaamde babyschelp. Dit is een zitschaal zonder de ruime kooiconstructie en draagbeugel van een autostoeltje.

Een draagzak is een erg comfortabele en praktische manier om een baby mee te nemen ook op de fiets. Maar let op! Bij een val biedt een draagzak geen bescherming. Daarnaast moet je opletten dat je kindje het niet te warm krijgt door jouw inspanning van het fietsen. De meeste organisaties raden het gebruik van een babydraagzak op de fiets dan ook af.

Bescherm je kindje goed tegen regen, kou en zon. Voor baby-autostoetjes zijn er regenhoezen te koop. Maak, zeker met zeer jonge baby’s de fietstocht niet te lang, fiets met zachte banden en kies een zo comfortabel mogelijke route.

Voorzitje

Fietsen met je kindje in het voorzitje is erg gezellig. Je kind zit lekker dichtbij en je kunt praten over alles wat er te zien is, samen zingen en je kind af en toe knuffelen. Vanaf het moment dat een kindje zelf goed rechtop kan zitten mag het in een voorzitje. Gemiddeld is dat bij 9 maanden. Ze zijn geschikt voor kinderen tot maximaal 15 kg. Rond de drie jaar zijn kinderen dan ook meestal te groot en te zwaar. Fietsen met een voorzitje is wel lastiger door het zware gewicht aan het stuur. Daarnaast kun je weinig beenruimte hebben bij het fietsen en er te weinig ruimte om tussen zitje en zadel te staan.

De verschillen tussen zitjes zijn klein. Alle voorzitjes verkocht bij de tweewielerspecialist voldoen aan de norm EN14344 en worden bevestigd met een blokje bij de stuurpen en hebben ongeveer dezelfde maat. Verschil zit hem vooral in het gebruiksgemak van de gordels en voetriempjes, de verstelling van de voetbankjes en het gemak van los- en vastklikken van het zitje. Daarnaast verschillen ze vooral in kleur, vormgeving en uitstraling.

Tips

  • Een windscherm is noodzakelijk om je kind te beschermen tegen rijwind. Ook door het stilzitten krijgen ze het snel koud, dus kleed je kind goed warm aan.
  • Neem je fiets mee naar de winkel. Op de meeste fietsen passen de zitjes wel, maar er kan altijd net iets in de weg zitten bij het stuur waardoor een zitje niet of lastig past.
  • Met een moederstuur of zadelpinup krijg je meer ruimte tussen zadel en zitje. Ook het zadel zo ver mogelijk naar achteren schuiven kan helpen. Een moederfiets heeft standaard al meer ruimte tussen zadel en zitje.
  • Een voorzitje aan een moederstuur stuurt ook lichter omdat het zwaartepunt van het zitje boven het draaipunt van het stuur ligt. Bij een gewoon stuur ligt dat achter het stuur.
  • Met ook nog een beladen voorrekje wordt het sturen wel erg zwaar.
  • Maak zeker, bij de zeer jonge kinderen, de fietstocht niet te lang.
  • Een fiets met kind in het zitje kan makkelijk omvallen. Met een brede dubbel standaard staat de fiets veel stabieler. Maar laat dan ook nooit de fiets met kindje alleen staan. Ook handig , een stuurslot voorkomt dat het stuur omklapt bij stilstand.
  • Een voorzitje kan behoorlijk trillen. Asfalt is veel comfortabeler dan klinkers. Met zachte banden en een verende voorvork trilt het zitje ook veel minder.
  • Kinderen sturen graag mee door aan remhendels en kabels te trekken. Een eigen speelgoedstuurtje is een mooi alternatief.
  • Vooral jonge kinderen vallen snel in slaap. Zorg ervoor dat het hoofdje goed ondersteunt is met bijvoorbeeld een kussentje. Onder andere Bobike en Yepp leveren zitjes met slaaprol. Fiets liever niet met een hand om het hoofdje van je kind te ondersteunen.
  • Een zwart zitje kan erg warm worden in de zon, een licht zitje heeft hier veel minder last van.

Achterzitje

Achterzitjes zijn geschikt voor kinderen tot 22kg. Meestal is dat tot zo’n jaar of zes. Ze kunnen er, net als bij voorzitjes, in als ze zelf kunnen zit. Maar als ze nog erg jong zijn zitten ze nog ruim en moet je goed opletten dat de gordels en riempjes goed zitten, de voetsteuntjes op de goede hoogte staan en je kindje niet weg kan schuiven. Eventueel kun je extra ondersteuning in het zitje plaatsen.

Per jaar worden ruim 4000 kinderen behandelt omdat ze een voetje tussen de spaken hebben gekregen. Zorg dan ook voor goede spaakafscherming. Een gewone jasbeschermer is onvoldoende. Een hardplastic scherm is wel voldoende. Zitjes die voldoen aan de norm EN14344 hebben een geïntegreerde spaakbescherming. Maar soms zit de spaakbescherming er los bij dus moet je die zelf monteren. Controleer of de voet niet ergens de spaken kunnen raken. Een voetriempje alleen is niet voldoende. Een kind kan die lostrekken of je vergeet ze zelf om vast te doen.

Tips

  • Let op dat er geen lange kledingstukken, riempjes, veters e.d. tussen de spaken komen.
  • Vingers kunnen lelijk klem komen tussen een ouderwetse spiraalveer van een zadel. Scherm ze af met een zadelveerbeschermer.
  • Voor montage op de drager moet die minimaal 25 kg kunnen dragen. Een zitje plus kind weegt ongeveer 25 kg. Kan de drager tot 30 kg dan kunnen er geen tassen met boodschappen aan hangen.
  • Een zwart zitje kan erg warm worden in de zon, een licht zitje heeft hier veel minder last van.
  • Opstappen met beenzwaai over de drager kan niet meer. Een fiets met damesframe stapt daarom veel makkelijker op.
  • Een fiets met kind in het zitje kan makkelijk omvallen. Met een brede dubbel standaard staat de fiets veel stabieler. Maar laat dan ook nooit de fiets met kind alleen staan.
  • De positie van het zitje kun je bij montage meestal een beetje schuiven. Te ver naar voren en er is te weinig ruimte tussen rug en kindje. Te ver naar achteren en er komt wel erg weinig gewicht op het voorwiel. Let ook op bij het gebruik van een rugzak.
  • Een achterzitje kan behoorlijk trillen. Asfalt is veel comfortabeler dan klinkers. Met zachte banden trilt het zitje ook veel minder.
  • Met een bagagedragerverlenger kun je ook nog fietstassen gebruiken.
  • Neem je fiets mee naar de winkel. Op de meeste fietsen passen de zitjes wel. Op een elektrische fiets kan de montage bij de zitbuis lastig zijn.

Kinderkar

Vanaf dat de kinderen zelf kunnen zitten kunnen ze mee in de kinderkar. Een baby’s kan mee in het baby-autostoeltje. Voor 2 van zulke stoeltjes is meestal geen plek, maar 2 baby’s kunnen wel mee in een babyschaal. 1 kind kan tot zo’n jaar of 7 in de kar, 2 kinderen tot zo’n jaar of 5.

Een kinderkar is handig als je 2 kinderen mee wilt nemen. De kinderen hoef je niet in het zitje te tillen maar stappen zelf in de kar, je hoeft geen zware fiets met 2 kinderen overeind te houden. Je kunt makkelijker bagage meenemen, zowel op de fiets, als in kinderkar.

Een kinderkar lijkt veiliger dan zitjes op de fiets. De typische fietsongelukken met jonge kinderen(spaakvoetjes en omvallen van de fiets met kind het zitje) kunnen niet gebeuren met een kinderkar. Ook lijken kinderen in een kinderkar extra veilig bij een botsing door de kooiconstructie van de kar en kan de kar niet omklappen op de motorkap.

Nadeel is dat het meer ruimte inneemt en dat je er met fietsen ook meer rekening mee moet houden dat je langer en breder bent. Daarnaast heb je veel minder contact met je kind omdat ze ver van je afzitten. Gevoelsmatig voelt het voor veel mensen onveilig omdat ze het idee hebben dat de kar slecht zichtbaar is en auto’s vlak achterlangs je afslaan. In de praktijk lijkt daar zeer weinig kans op.

Erg makkelijk is ook dat een kinderkar ook gelijk een zeer licht rollende tweepersoons wandelwagen is. En ze zitten gelijk droog en beschermt tegen kou door de huif. Een kinderkar is duurder dan 2 zitjes. Maar wellicht bespaar je op de wandelwagen. De verschillen tussen de merken kinderkarren zijn vrij groot. Let bij aanschaf op de ruimte voor de kinderen, het zitcomfort, het gemak van koppelen, het opvouwen van de kar en de ombouw naar wandelwagen.

Tips

  • Een kinderkar kan behoorlijk trillen. Asfalt is veel comfortabeler dan klinkers. Met zachte banden trilt het zitje ook veel minder.
  • Monteer een spiegeltje zodat je de kar met kinderen daarmee in de gaten kunt houden.
  • Monteer een spatlap op het achterspatbord zodat er minder regenwater op de kar spat.
  • Remmen met een kinderkar is lastiger omdat de kar via de trekstang het achterwiel een beetje omhoog en opzij wil duwen. Oefen om te ervaren hoe hard je nog kunt remmen.
  • Oefen ook om te wennen aan de extra breedte, de extra lengte en het extra gewicht.
  • Kinderkarren hebben de koppeling op de achteras of bij de achteras. Neem je fiets bij aanschaf mee om te controleren of de koppeling past.
  • Door het trekken en duwen van de koppelstang kan de krachtsensor bij de achteras van een elektrische fiets ontregelt worden.
  • Met een kinderkar heb je drie sporen. Obstakels en kuilen moet je dan ook niet alleen met de fiets ontwijken, maar ook met de aanhanger.

Los stoeltje achterop

In een gewoon kinderzitje kunnen kinderen officieel tot maximaal 22kg. Meestal bereiken ze dat gewicht rond de zes jaar. Daarna kunnen ze achterop een Junior zitje. Het bestaat uit een eenvoudige rugleuning, zitvlak en voetsteuntjes. Ze zijn geschikt voor kinderen tot 35 kg. Dat is tot zo’n jaar of 10.

Tips

  • Lichtgewicht bagagedragers mogen maar een gewicht dragen tot 25 of 30 kg. Daar zit je al snel overheen. De Bobike Junior is bevestigd aan het fietsframe.
  • Zorg voor een goede spaakafscherming van hard plastic. Alternatief is een stevige dubbele tas waar de voeten in geplaatst kunnen worden.

Aanhangfiets

Vanaf een jaar of 5 kunnen kinderen mee op een aanhangfiets. Het is een speciale halve kinderfiets die achter de fiets wordt gehangen. Met de aanhangfiets kan je kind lekker zelf fietsen zonder dat het op het verkeer hoeft te letten. Als je kind moe wordt houdt het gewoon zijn benen stil. De aanhangfietsen zijn geschikt voor kinderen tot zo’n 9 jaar.

Aanhangfietsen worden bevestigd bij de zadelpen, in het midden van een speciale drager of achterop een speciale bagage. Alleen achterop zijn ze ook te gebruiken in combinatie met een kinderzitje.

Tips

  • Aanhangfietsen zijn er met en zonder versnellingen. Versnellingen zijn handig als je in de heuvels fiets of als je wil dat je kind ook bij lekker fietstempo nog goed mee kan trappen. Het vaste verzet is namelijk erg licht op aanhangfietsen.
  • Monteer een spiegeltje zodat je de aanhangfiets met kind in de gaten kunt houden en kunt zien of die er nog goed op zit.
  • Monteer een spatlap op het achterspatbord zodat er minder regenwater op de aanhangfiets spat. Zorg ook voor een lang spatbord op de aanhangfiets (ontbreekt bij veel modellen).
  • Kijk of je kind goed zit en stel zadel en stuur goed af. En pas de hoogte regelmatig aan vanwege de groei.
  • Spreek af dat je kind goed gaat zitten bij wegrijden, niet afstapt bij stoplichten en het stuur niet loslaat tijdens het fietsen.
  • Het koppelstuk moet zo bevestigd zijn dat de fiets recht achter de fiets hangt. En ook goed vast blijven zitten.
  • Een koppeling die zonder speling draait fiets veel fijner dan een koppeling met speling.
  • Met koppeling bij de zadelpen kan het zadel niet in de laagste stand. Een verende zadelpen kan ook lastig te gebruiken zijn.
  • Oefen met de aanhangfiets. Vooral remmen is lastiger omdat de duwkracht van de aanhangfiets het achterwiel omhoog wil duwen.

Bakfiets

Fietsen met kinderen in een bakfiets of met een transportfiets is erg gezellig omdat ze lekker vrij en dichtbij vóór je zitten. De fietsen nodigen uit om de kinderen zelf in de bak te laten klimmen en vervolgens snel weg te rijden. Er zijn 2 versies van de bakfiets voor kindervervoer. Met 2 wielen zoals een gewone fiets en met 3 wielen zoals de traditionele bakfiets.

De 2 wieler heeft een lang frame, klein voorwiel en een ruime bak net achter het voorwiel. De bakfiets kan net als een gewone fiets meeleunen in de bocht. In het begin is het erg wennen aan de lengte, maar als je eenmaal gewend bent dan stuurt en rijdt zo’n bakfiets net zo makkelijk als een gewone fiets. De fiets blijft in stilstand stabiel staan door de brede standaard onder de bak. Kinderen kunnen dan ook zelf in en uit de bak klimmen. De 2 wielbakfiets is populair de laatste jaren. Zelfs Willem-Alexander en Maxima vervoeren de kleine prinsesjes in zo’n fiets en Sparta en Gazelle leveren ook een model.

Een bakfiets met drie wielen heeft een grotere bak en kan nooit omvallen. Maar die trapt en stuurt wel een stuk zwaarder. Daarnaast worden de kinderen meer heen en weer geschud. De bakfietsen zijn voorzien van Spartaanse bankjes en primitieve gordels. Vooral kinderen die net zelfstandig kunnen zitten, kun je daarop niet vervoeren. Een oplossing is een voorzitje in de bak laten zetten. Baby’s kunnen mee in een baby-autostoeltje. Met een huif over de bak zitten de kinderen beschermt tegen regen en koude rijwind.