Winkelmandje
0 product(en), € 0.00






20 fietsspelletjes...

De eerste zijn enkele heel eenvoudige spelletjes waaraan zelfs kinderen van 2 jaar kunnen deelnemen. De andere spelletjes hebben een iets hogere moeilijkheidsgraad. Maar zelfs de eenvoudigste spelletjes kunnen voor iedereen leuk zijn!

 

De meeste spelletjes zijn geschikt voor zowel een kleine als grote groep kinderen. Slechts enkele spelletjes kan je alleen spelen met een grotere groep. Voor sommige spelletjes heb je veel plaats nodig. Oordeel zelf welke spelletjes je kan spelen in jouw omgeving. Bij elk spelletje moet minstens één volwassene aanwezig zijn om het spel uit te leggen en te starten. De begeleider houdt een oogje in het zeil tot de kinderen zelfstandig kunnen spelen.

Voor enkele spelletjes zijn er meer begeleiders nodig. Die spelletjes zijn zeer geschikt bij activiteiten waar veel ouders of grote broers en zussen aanwezig zijn om te helpen. Voor sommige spelletjes heb je ook eenvoudig materiaal nodig. Hieronder vindt je diverse spelletjes die slechts ter inspiratie zijn. Je kan zelf op zoek gaan naar varianten of zelfs heel nieuwe spelletjes uitvinden. Laat je fantasie de vrije loop. En denk eraan... jouw enthousiasme werkt aanstekelijk. Sta je met plezier voor de groep, dan zullen de kinderen je voorbeeld zeker volgen.

Aantal kinderen: 1 of meer
Leeftijd: vanaf circa 2 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: zeepbellen of een bellenblaasmachine
Omgeving: een speelpaats of verhard speelveld dat groot genoeg is voor alle spelers.
Het spel: een begeleider blaast zeepbellen over het hele speelveld. De kinderen moeten zo veel mogelijk bellen vangen met de handen, de helm, de wielen etc.

Aantal kinderen: 1 of meer
Leeftijd: vanaf circa 2 jaar
Aantal begeleiders: evenveel als het aantal kinderen
Omgeving: een speelpaats of verhard speelveld dat groot genoeg is voor alle spelers.
Het spel: ga per 2 staan. Elk team bestaat ui een begeleider te voet en een kind op de fiets. Het kind moet de begeleider volgen terwijl die kriskras door elkaar wandelen. In het begin houden de begeleiders een zekere afstand van elkaar. Het spel wordt moeilijk en veel leuker als de begeleiders dichter bij elkaar lopen en het speelveld kleiner wordt. De begeleiders kunnen op verschillende manieren bewegen: snel, traag en in grotere of kleine bogen. Als de begeleider stopt moet het kind één keer rond hem fietsen.

Aantal kinderen: 1 of meer
Leeftijd: vanaf circa 2 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: kegels, ringen, emmers, stoepkrijt, enz. Andere nuttige voorwerpen; een grote lap stof om een tunnel mee te bouwen en een waterverstuiver om regen te maken.
Omgeving: een speelpaats of verhard speelveld of bospad. Maak best ook wat smallere wegjes op het parcours en kies een wisselende ondergrond zoals gras, zand, plassen, modder enz.
Voorbereiding: stel een hindernissenparcours op over het hele speelveld. Je kan ook 2 evenwijdige lijnen op de grond tekenen waar de kinderen tussen moet rijden. Je kan op sommige plaatsen versmallingen aanbrengen. De kegels en andere voorwerpen plaats je als hindernissen op het parcours en zet je minstens 2,50 meter uit elkaar.
Het spel: laat de kinderen op hun eigen tempo tussen de hindernissen rijden. Rijd in één richting door het parcours om chaos te vermijden, maar laat toe dat kinderen af en toe vals spelen en elkaar inhalen. Misschien kan je de kinderen hun fiets bergop laten duwen voor ze weer naar beneden zoeven. Je kan ook een fietstunnel maken met een groot stuk stof dat door zes begeleiders wordt vastgehouden. Maak golven door de stof op en neer te bewegen, zodat de kinderen moeten bukken om onder de tunnel door te rijden. Een begeleider kan ook op het einde van de tunnel staan met de waterverstuiver om regen te maken.

Aantal kinderen: 10 of meer
Leeftijd: vanaf circa 2 á 3 jaar
Aantal begeleiders: minstens 8
Benodigdheden: groot valscherm
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Het spel: een groot valscherm wordt vastgehouden dooe zo veel begeleiders als er nodig zijn om het omhoog te houden. De kinderen staan op een rij aan de buitenkant van het valscherm. Het scherm wordt voorzichtig op en neer bewogen, terwijl de kinderen slalommen tussen de begeleiders (voor de ene en achter de volgende door). Eventueel kan één begeleider vooraan lopen. Een tweede mogelijkheid om dit spel te spelen, is de kinderen zelf de verschillende wegen kriskras onder het valscherm te laten zoeken.

Aantal kinderen: 4 of meer
Leeftijd: vanaf circa 2 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: ongeveer 100 kleine, lichte en kleurrijke balletjes
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Het spel: kies een schutter. De schutter gooit balletjes over het hele speelveld. De kinderen fietsen rond om de kanonskogels te verzamelen. De kinderen dragen de balletjes met de handen, onder hun jas, in hun zakken of op een andere manier. Ze moeten de balletjes terug naar de schutter brengen. De schutter kan de kinderen verschillende opdrachten laten uitvoeren. Laat de meisjes bijvoorbeeld alle gele ballen verzamelen en de jongens alle rode. Of laat elk kind 3 verschillende kleuren verzamelen enz.

Aantal kinderen: 4 of meer
Leeftijd: vanaf circa 4 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: ongeveer 100 kleine, lichte en kleurrijke balletjes
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Het spel: de fietsende kinderen zijn schepen en varen allemaal in dezelfde richting rond de schutter. De schutter vuurt kanonskogels af op de schepen. Als een schip geraakt wordt, springt het kind in het water en zwemt drie keer rond zijn schip. Daarna mag het kind terug op het schip kruipen en verder varen. De schutter moet proberen om alle kinderen enkele keren te raken. Als alle kanonskogels verschoten zijn, moeten de kinderen de munitie verzamelen en naar de schutter brengen. Verander af en toe de rijrichting van de kinderen.

Aantal kinderen: 6 tot 10
Leeftijd: vanaf circa 3 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: een rode emmer of een ander rood voorwerp
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Voorbereiding: op de straat worden twee lijken getekend op een afstand van 15 meter. Eén lijn is het vertrekpunt , de andere is de aankomst. Aan elke lijn moet voldoende plaats zijn zodat alle fietsers zich naast elkaar kunnen opstellen. 
Het spel: alle kinderen staan naast elkaar aan het vertrekpunt. De begeleider staat achter de andere lijn met zijn rug naar de kinderen toe. Als de begeleider 'FIETS' roept, fietsen de kinderen naar de overkant. Even later roept de begeleider '1, 2, 3, ROOD LICHT, STOP!'. De begeleider draait zich om en alle fietsers moeten heel stil blijven staan. De fietsers die bewegen, worden teruggestuurd naar de startlijn. Dit wordt herhaald tot één van de kinderen de begeleider aanraakt. hij is dan de winnaar. De kreet kan worden vervangen door een teken: wanneer de begeleider een rode emmer of een ander rood voorwerp in de lucht steekt, moeten de kinderen stoppen. Wanneer de begeleider de emmer laat zakken, mogen de kinderen verder fietsen.

Aantal kinderen: 1 of meer
Leeftijd: vanaf circa 5 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: een fiets voor de begeleider
Omgeving: een speelpaats, asfaltweg, grindweg of bospad
Het spel: een begeleider is de koning en rijdt vooraan. Alle andere rijden in een lage rij achter hem. De koning beslist hoe er wordt gefietst. De koning wuift, trommelt op het stuur, staat recht op de pedalen en gaat weer zitten op het zadel, slingert met de benen... Na een tijdje sluit de koning achteraan de rij aan en wordt de volgende in de rij koning. Zo gaat het spel door tot iedereem koning is gewwest. Je kan ook proberren om de groepen volgens leeftijd in te delen of de kinderen op te delen in een koninginnen- en koningenrij. De begeleider ziet erop toe dat de moeilijkheidsgraad overeenstemt met de leeftijd van de kinderen.

Aantal kinderen: 6 of meer
Leeftijd: vanaf circa 3 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: grote ringen - één per fietsend kind
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Voorbereiding: vorm een grote kring. Die moet zo groot zijn dat de helft van de kinderen aan de omtrek staat met ongeveer zes meter tussen mekaar.
Het spel: de kinderen worden in paren verdeeld. Eén kind uit elk paar stelt zich op in een grote kring met een ring in één hand. De andere kinderen fietsen rondjes aan de binnenzijde van de kring. Wanneer een kind zijn partner passeert, moet hij proberen de ring te grijpen. lukt dat, dan fietst het kind nog een rondje en geeft de ring weer terug aan zijn partner. De fietser mag de ring rond z'n stuur hangen. Na een tijdje moet er in de andere richting worden gefietst. Later wisselen de fietsers en ringhouders van plaats. Volgende ronde: de ringhouder zoekt een nieuwe plaats in de kring zodra de fietser de ring heeft bemachtigd. De fietsen moet nu z'n partner terugvinden en de ring opnieuw afgeven.

Aantal kinderen: 2 of meer
Leeftijd: vanaf circa 4 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: kleine gekleurde activiteitenringen en een trommel
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Voorbereiding: de ringen worden ver van elkaar over het speelveld verspreid.
Het spel: de kinderen fietsen rond tussen de ringen. De begeleider speegt op de trommerl en roept 'Volgende keer wanneer de muzier stopt moeten jullie...' gevolged door een opdracht. Bijvoorbeeld: 'het voorwiel in een ring plaatsen', 'een ring op jullie hoofd platsen', 'fietsen met een rode ring rond je voet', ; fietsen met een blauwe ring in de hand' of 'in een ring staan en de fiets optillen'. Bedenk zelf nog andere opdrachten. De begeleider kan roepen: 'Terwijl ik trommel moeten jullie... fietsen en alle blauwen ringen aanraken met een voet'. Andere voorbeelden: 'rond zoveel mogelijk ringen fietsen tot de muziek stopt', 'zoveel mogeljk ringen verzamelen en ze rond je stuur hangen' of 'voorzichtig op de rug van de andere fietsers tikken'. Je kan zelf nog andere opdrachten verzinnen.

Aantal kinderen: 4 of meer
Leeftijd: vanaf circa 4 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1, best 2
Benodigdheden: steopkrijt en een griezeling masker
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Voorbereiding: teken met stoepkrijt twee lijnen op 30 meter van elkaar. Alle fietsers moeten zich naast elkaar kunnen opstellen aan de lijn.
Het spel: de begeleider (het kietelmonster) staat in het midden van het speelveld met zijn rug naar de fietsers. hij roept: 'Let op voor het kietelmonster!'. De fietsers meoten het speelveld over fietsen zinder getikt te worden. Het kietelmonster mag pas bewegen zodra de kinderen in een ooghoek kan zien. Het kietelmonster mag per keer maar één fietser vangen, maar kan natuurlijk wel doen alsof het er meerdere zal vangen. Het kind dat gevangen wordt, krijgt een kietelbeurt van het kietelmonster, maar mag zelf kiezen waar het gekieteld wordt. De gevangene wordt vrijgelaten en mag opnieuw meespelen. Maak het spel wat moeilijker door met twee keitelmonsters te spelen. De kinderen worden in twee groepen verdeeld die elk aan de andere kant van het speelveld staan. De kietelmonsters staan rug aan rug in het midden van het speelveld. Het spel wordt op dezelfde manier gespeeld, maar nu wordt er op elke speelhelft gekieteld.

Aantal kinderen: 1 of meer
Leeftijd: vanaf circa 4 jaar (op fietsen met terugtraprem)
Aantal begeleiders: minstens 1
Omgeving: een grindweg, liefst bergafwaarts 
Het spel: de begeleiders leidt he spel. Als de ruimte krap is, fietst er maar één kind per keer. Anders kunnen meerdere kindern naast elkaar fietsen. De begelieder roept '1, 2, 3, REM' en dan remt het kind zo hard het kan zonder omver te vallen. Het remspoort wordt beoordeeld en de begeleider meer hoe lang het remspoor is. Probeer meerdere keren. De deelnemersnemen het alleen tegen zichzelf op.

Aantal kinderen: 6 of meer
Leeftijd: vanaf circa 4 jaar
Aantal begeleiders: minstens 3
Benodigdheden: veel postkaarten, een kartonnen doos (brievenbus) en een dikke stift
Omgeving: een speelpaats met heel veel ruimte, asfalt- of grindweg - liefst met verstopplaatsen 
Het spel: een begeleider is de kaartenwinkel, een andere begeleider is het postkantoor en die heeft een dikke stift om de brieven te 'frankeren'. Een derde begeleider heeft de brievenbus. De kinderen moeten rond fietsen en zo veel mogelijk brieven versturen. Wanneer een kind een postkaart heeft gekocht (slecht één per keer) moet hij het postkantoor vinden om een postzegel te krijgen - bijvoorbeeld een kruisje of het kind schrijft zijn naam op de kaart. Daarna moet hij de brievenbus vinden om de brief te posten. Vraag aan de kinderen voor wie de kaarten bestemd zijn. Het postkantoor en de brievenbus verplaatsen zich af en toe naar andere plaatsen op het speelterrein. Het spel is afgelopen wanneer alle postkaarten verkocht zijn. De kinderen krijgen hun postkaarten terug zodat ze kunnen tellen hoeveel kaarten ze hebben kunnen verzenden.

Aantal kinderen: 4 of meer
Leeftijd: vanaf circa 4 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: een zweep (een stok met een touw aan het uiteinde) en stoepkrijt
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Voorbereiding: teken een grote, ronde circuspiste of laat het publiek zich in een grote kring opstellen 
Het spel: de begeleider is de circusdirecteur en staat in het midden van de circuspiste met een kleine zweep. De kinderen zijn circuspaarden en moeten de bevelen van de directeur opvolgen. 'Circuleer' wil zeggen: 'fiets rond op de piste'. '1, 2, 3, STOP' wil zeggen: 'breng de fiets tot stilstand en plaats de voeten op de grond'. 'Zigzag' wil zeggen: 'fiets zigzaggend tussen het midden en de buitencirkel van de piste'. 'Hinnik' betekend: hinnik in koor zo luid mogelijk. Je kan er zelf natuurlijk ook bedenken. Het spel is afgelopen wanneer de directeur het bevel geeft: 'Naar het midden'. Dan draaien alle kinderen zich maar het midden, stoppen en steigeren met de fietsen. Zijn we veel kinderen, dan kan de helft het publiek vormen, dat juicht en klapt of een circusorkest dat trompet en trommel speelt.

Aantal kinderen: 6 of meer
Leeftijd: vanaf circa 4 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: 6 lichte, gekleurde ballen
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Voorbereiding: teken twee evenwijdige lijnen - één aan elk uiteinde van het speelterrein op een afstand van ongeveer 30 meter. Alle fietsers moeten naast elkaar kunnen staan achter beide lijnen. Teken in de helft van het speelveld een vak aan de zijkant. in dit gebied staan de ballewerpers en hier bevindt zich het ziekenhuis.
Het spel: de begeleider en één kind zijn ballenwerpers die in hum eigen vak staan. Alle andere kinderen zijn fietsers die achter één van de lijnen staan. Het spel start met een fietsrap - er moet flink gerapt worden!
       De ballenwerpers roepen: Helden van het fietspad - 't verkeer is overal.
       De fietsers herhalen: Helden van het fietspad - 't verkeer is overal.
       De ballenwerpers roepen: Let goed op - je wilt toch geen ongeluk?!
       De fietsers herhalen: Let goed op - je wilt toch geen ongeluk?!
       De ballenwerpers roepen een opdracht: Jullie moeten... staande fietsen!
De ballenwerpers geven elke keer een andere opdracht. Bijvoorbeeld: 'Jullie moeten langzaam fietsen', 'Jullie moeten de fiets duwen', 'Jullie moeten de fiets optillen', 'Jullie moeten met één hand fietsen' enz. Je kan er zelf ook bedenken. Wanneer de laatste zijn is gerapt, moeten de fietsers het speelveld oversteken, terwijl de ballenwerpers proberen om ze te raken met de ballen, die auto's voorstellen. De fietsers die niet worden geraakt, rijden over de streep aan de andere kant en zijn klaar voor de volgende ronde. De fietsers die wel worden geraakt vallen gewond neer - d.w.z. dat ze zich heel stil moeten houden tot alle anderen zijn voorbij gefietst. De ballenwerpers worden nu een ambulance die op de baan lopen en 'tu-ta-tu-ta' roepen. Ze brengen de wonden naar het ziekenhuis waar ze worden verzorgd met toverstof. Ze genezen en worden nu de nieuwe ballenwerpers. De vroegere ballenwerpers mogen nu mee fietsen.

Aantal kinderen: 6 of meer
Leeftijd: vanaf circa 5 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: een fiets voor de begeleider, krijt of grote ringen
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Voorbereiding: teken evenveel kleine cirkelsin krijt op het speelterrein als de helft van het aantal kinderen of gebruik in de plaats daarvan grote ringen.
Het spel: de helft van de kindren gaat zonder diets in een cirkel staan. Eén kind per cirkel. Ze strekken hun armen voor hun lichaam uit en doen alsof ze versteende apen of tijgers zijn. De begeleider en de andere kinderen fietsen in een lange rij. De begeleider vormt het hoofd van de slang. Ze moeten proberen hun plaats in de rij te behouden. het slangenhoofd moet het overzicht houden over het slangenlichaam en moet dat lichaam buigen en krommen in alle richtingen tussen de versteende dieren. Wanneer een fietser voorbij een dier fietst, moet de fietser op een uitgestrekte arm kletsen. Als dat lukt, brengt dat het dier tot leven en begint het te brullen als een aap of tijger, maar het blijft in de ring. Kort erna versteent het dier opnieuw tot het weer wordt aangeraakt. De fietsers en dieren wisselen van rol. In plaats van een jungle kan worden gewerkt met een avonturenland met trollen en heksen, met een griezel land met weerwolven en spoken of met een kerstland met feeën en engelen.

Aantal kinderen: 4 of meer
Leeftijd: vanaf circa 5 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: trommelstokjes of lepes, trommels, dozen, emmers of andere dingen waarop kan worden getrommeld.
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Het spel: laat een aantal kinderen de trommels in de hand houden of plaats de trommels op een goede speelhoogte overal op het speelterrein. De fietsende kinderen rijden met een trommelstok in de hand rond. Wanneer ze een trommel voorbijrijden, proberen ze die te raken of te bespelen zonder van de fiets te stappen.

Aantal kinderen: 6 of meer
Leeftijd: vanaf circa 6 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: een stok of ring en een fiets voor de begeleider
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Het spel: iedereen diets kriskras door elkaar. Eén fietser krijgt het stokje of ring. Het kind met het stokje roep de naam van één iemand uit de groep/ Dit kind moet ernaartoe fietsen en het stokje overnemen. De andere kinderen moeten plaats maken. Het kind met de stok roept een andere naam. Het spel gaat door tot iedereen een paar keer aan de beurt is geweest. Het spel wordt uitdagender als je het eerste een keer speelt en afspreekt dat de kinderen moeten onthouden in welke volgorde ze de stok hebben gekregen. Nadat ierdereen de stok één keer gekregen heeft, speel je het spel opnieuw. De kinderen moeten dezelfde volgorde aanhouden als tijdens het eerste spel.

Aantal kinderen: 6 of meer
Leeftijd: vanaf circa 5 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: zo en een fiets voor de begeleider
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Het spel: de zon moet schijnen. De begeleider is het eerst aan de beurt. De fietsers rijden ronf binnen een afgebakend speelveld. De begeleider fietst over de schaduw van één van de deelnemers en roept de naam van de gevangene - bijvoorbeeld: 'Emma's schaduw is gevangen!', dan is het Emma's beurt. Het spel wordt heel wat moeilijker als de zon hoog staat (rond het middaguur).

Aantal kinderen: 6 of meer
Leeftijd: vanaf circa 7 jaar
Aantal begeleiders: minstens 1
Benodigdheden: een fiets voor de begeleider
Omgeving: een speelpaats, asfalt- of grindweg
Het spel: de kinderen worden opgedeeld in paren. Zij rijden op korte afstand achter elkaar. De eerste fietser bepaalt de richting. Eén of twee fietsers rijden alleen. Zij moeten achter een paar aansluiten. Wanneer er drie personen achter elkaar fietsen, roept de eerste 'Dag en bedankt!'. Hij verlaat het groepje en fietst alleen verder. Hij sluit weer achteraan bij een ander koppel. Je kan ook proberen om twee per twee naast elkaar te fietsen. Diegene die uiterst rechts fiets, geeft de richting aan. Deze fietser valt af wanneer de derde fietser aansluit. Vergeet niet om 'Dag en bedankt!' te roepen.

Kinderen die op jonge leeftijd leren fietsen worden zelfverzekerde fietsers. Ouders en opvoeders kunnen een kind helpen om zich veilig door het echte verkeer te bewegen. Een goede voorbereiding is erg belangrijk, want op de weg is elke situatie anders.